Slapen is van levensbelang. Wie ooit geprobeerd heeft om zijn slaapbehoefte uit te stellen kent de nare gevolgen ervan. Je bent prikkelbaar, concentreren is niet meer vanzelfsprekend en je wordt vergeetachtig. Slapen doet je lichaam deugd. De spieren ontspannen en je geest kan eindelijk uitrusten. Slapen is de gelegenheid om je batterijen op te laden zodat je de volgende dag met volle moed kunt starten.
Hoe lang moet je slapen ?
Het gerucht doet de ronde dat je minstens acht uur per dag moet slapen. Dit is niet juist want een slaapduur die voor iedereen dezelfde is bestaat niet. Sommige mensen voelen zich uitgerust na vijf uur slaap, anderen krijg je na negen of tien uur slaap nauwelijks uit hun bed. Het aantal uren slaap die nodig zijn om je fris en monter te voelen verschilt van persoon tot persoon.
Tellen de uren voor middernacht dubbel ?
Het is niet belangrijk wanneer je gaat slapen, maar wel dat je goed en voldoende slaapt. Wat wel klopt is dat de eerste uren van je slaap de meest rustgevende zijn. Maar er bestaat geen ideaal tijdstip om onder de wol te kruipen. Het ogenblik waarop mensen zich slaperig voelen is niet voor iedereen gelijk. Er bestaan ochtendmensen(voelen zich 's morgens fris en gaan vroeg slapen) en avondmensen (hebben een hekel aan vroeg opstaan en voelen zich opperbest als de anderen al lang in dromenland verblijven).
Slapeloze nachten
Iedereen heeft wel eens last van een slapeloze nacht. Dat is geen reden tot bezorgdheid. Pas wanneer deze verschijnselen zich langdurig voordoen heb je een probleem. Met ouder wor- den neemt de slaapbehoefte af. Oudere mensen (60-plussers) hebben soms meer moeite om in slaap te vallen en worden gedurende de nacht regelmatig wakker. Dit zijn spijtig genoeg de gevolgen van ouder worden. Maak je geen zorgen en laat er vooral je slaap niet voor. Heb je echt last van deze slapeloosheid dan bespreek je dit het best met je huisarts.
Slapeloosheid uit zich door:
* Moeilijk in slaap kunnen komen.
* Herhaald wakker worden.
* Vroeg wakker worden en niet meer in slaap vallen.
Tips voor slechte slapers
Gebruik nooit op eigen initiatief slaapmiddelen.
In overleg met je apotheker kan je als alternatief een geneesmiddel op basis van kruiden (bv. valeriaan) gebruiken om beter in te slapen.
Ontspan je voor het slapengaan:
* ontspannende lectuur,
* warm bad of douche,
* wandeling met de hond.
Vermijd heftige emoties:
* ruzie,
* gewelddadige tv-programma's,
* Volg je slaapbehoefte (avond- of ochtendmens,
* Vermijd zware maaltijden laat op de avond,
* Alcohol en nicotine kunnen de slaap verstoren.
Een glas warme melk kan helpen. Alcohol zal het inslapen
bevorderen maar de kwaliteit van de slaap vermindert.
* De ideale slaapkamertemperatuur ligt rond de 18°C.
* Verlucht regelmatig de slaapkamer.
* Word je wakker gedurende de nacht en kan je echt niet meer
inslapen dan sta je beter op en wacht totdat je weer slaap
krijgt.
* Probeer zoveel als mogelijk op hetzelfde tijdstip te gaan slapen.
* Kies een matras waarop je graag slaapt, niet te hard, maar ook
niet te zacht.
Snurken
Er wordt vaak om gelachen maar snurken is storend. Voor de bedpartner, huisgenoten en soms de buren valt er weinig te lachen. Snurken ontstaat tijdens het slapen achteraan in de keel en is het gevolg van een luchtwegvernauwing. Gedurende de slaap ontspannen de weke weefsels in de bovenste luchtwegen. Onder invloed van de zwaartekracht zakken ze naar beneden en kunnen ze de luchtweg tussen de neus en de stembanden vernauwen. Door deze vernauwing ontstaat tijdens het inademen een onderdruk in de keel. Het zachte gehemelte, de huig, de tong en de wanden van de keelholte beginnen te trillen en produceren de typische snurkgeluiden.
Hoe vaak komt snurken voor ?
Nu en dan snurken, komt vaker voor dan je denkt. Naar schatting snurkt ongeveer één op tien kinderen. Op volwassen leeftijd snurken ongeveer één op vijf mannen en één op tien vrouwen. Snurken komt dikwijls voor bij personen die op de rug slapen. Bij rugslapers is de kans groter dat de tong naar achteren zakt en de luchtweg vernauwt. Snurken komt voor op alle leeftijden maar neemt toe met de leeftijd. Met het ouder worden verdikt en verslapt het slijmvlies in de keelholte waardoor de kans op snurken toeneemt.
Slaapapneu
Bij een klein percentage van de bevolking is snurken een onderdeel van een ernstiger probleem: het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS). De ziekteverschijnselen van een slaapapneu zijn:
* luid snurken gedurende de slaap.
* meerdere keren met een schok|wakker worden en het gevoel van
ademnood ervaren.
Bij slaapapneu wordt de ademhaling gedurende meer dan 10 seconden onderbroken. Verschillende malen gewekt worden verhindert een verkwikkende slaap zowel voor de patiënt als voor de bedgeno(o)t(e). Het gevolg is dat de betrokkenen overdag vaak overdreven vermoeid en slaperig zijn. Een slaaponderzoek in een slaaplaboratorium is in dit geval aanbevolen. Slaapapneu bij kinderen veroorzaakt gedragstoornissen en leermoeilijkheden. Studies tonen aan dat slaapapneu het risico op hart- en vaatziekten verhoogt.
Snurkbevorderaars
Factoren die snurken bevorderen zijn:
* Ademen door de mond.
* Overgewicht.
* Het gebruik van alcoholische drank minder dan twee uur voor het
slapengaan.
* Een verstopte neus als gevolg van een verkoudheid, door poliepen
of door scheefstand van het neustussenschot.
* Vormfoutjes van het verhemelte, de huig, de tong, de kin.
* Te grote neus- en of keelamandelen zijn vooral bij kinderen
mogelijke oorzaken van snurken.
Wat kan je zelf doen tegen snurken ?
* Vermijd alcoholgebruik vanaf twee uur voor het slapen.
* Gebruik geen zware maaltijd vlak voor het slapen.
* Stop met roken.
* Vermijd overgewicht door gezond te eten en voldoende te bewegen.
* Zorg voor een regelmatig leefpatroon.
* Veranderen van slaaphouding: op de zij of de buik slapen ipv.
op de rug.
* Middeltjes zoals kinbanden om de mond gesloten te houden,
* pleisters om de neus open te houden, een balletje in de rug van
de pyjamajas naaien om rugslapen te voorkomen hebben meestal
weinig effect. Het gevolg is meestal dat de snurker slecht slaapt
en moe is overdag.
Liggen anatomische of structurele afwijkingen aan de basis? Hebben preventieve maatregelen geen nut? Vraag advies aan je huisarts of overweeg een chirurgische ingreep.
zaterdag 23 februari 2008
zaterdag 16 februari 2008
Somnoplastiek - snurktherapie
Somnoplastiek - Snurktherapie

Snurken kan een groot probleem vormen en heeft vaak verstrekkende gevolgen voor zowel de patiënt, maar zeker ook voor zijn of haar omgeving. Steeds vaker zoeken zowel mannen als vrouwen met een snurkprobleem hulp om van deze hinderlijke klacht verlost te worden.
Echter sinds 1 januari 2005 worden vrijwel geen anti-snurkbehandelingen meer vergoed. De therapie van het Obstructief Slaap Apneu Syndroom (ook wel OSAS genoemd) vormt hierop een uitzondering. Daarentegen wordt de diagnostiek van het snurken nog steeds wél vergoed. Hiervan kunt u gebruik maken door contact op te nemen met de Bergland Kliniek! Daar zal een twee-stappenplan gemaakt worden voor diagnostiek en behandeling. Als eerste stap vindt er onderzoek plaats door ervaren KNO-artsen bij de polikliniek van de KNO-heelkunde in het St. Elisabeth Ziekenhuis. Dit onderzoek wordt door uw ziektekostenverzekering volledig vergoed. Indien er aanwijzingen voor het OSAS aanwezig zijn, dan zal er een slaaponderzoek verricht kunnen worden. Ook deze kosten worden door zorgverzekeraars vergoed.
Als tweede stap wordt er na de diagnose een behandeling voorgesteld. Afhankelijk van lokalisatie van het snurkprobleem, het aanwezig zijn van het OSAS en de oorzaak van het snurken kan er in overleg met u een specifieke, op ú toe-gespitste behandeling gekozen worden. Dit kan bijvoorbeeld zijn een behandeling van het verhemelte door een 'anti-snurk operatie' of een Somnoplastiek, maar ook het aanmeten van een anti-snurk beugel of een behandeling van het Obstructief Slaap Apneu Syndroom.
Indien er een indicatie bestaat voor een Somnoplastiek, dan kan deze behandeling in de Bergland Kliniek plaatsvinden door een ervaren KNO-arts. Bij de Somnoplastiek wordt onder lokale verdoving het verhemelte behandeld. Het is een moderne behandeling die in tegenstelling tot de bekende 'anti-snurk operatie', veel minder pijnlijk is en goede resultaten biedt.
Doel
Somnoplastiek betekent in feite het bewust creëren van littekens. De huig en het zachte gehemelte worden gecontroleerd 'beschadigd' om littekens te vormen. Op de beschadigde plaatsen wordt het weefsel strakker en dunner. En juist dat is de bedoeling. Want zo is de ademweg beter doorgankelijk. Bovendien trekt het bindweefsel in de omgeving samen, zodat de huig wat opgetrokken wordt en het hele zachte gehemelte wat strakker staat. Dit geeft veel minder kans op trillingen.
De behandeling
Somnoplastiek is een nieuwe techniek en heeft zijn effect ruimschoots bewezen. De behandeling vindt poliklinisch plaats. De patiënt wordt alleen plaatselijk, met prikjes, verdoofd in de huig en zachte gehemelte, ongeveer net zoals bij de tandarts. Een kleine elektrode wordt vervolgens door het slijmvlies in het bindweefsel van het zachte gehemelte gebracht. Die elektrode is tot vlak voor de punt geïsoleerd om het zeer gevoelige slijmvlies niet te beschadigen. Een zwak stroompje wordt vervolgens door de elektrode gestuurd, waardoor het rond de punt zeer plaatselijk heet wordt. De nauwkeurig toegediende hitte veroorzaakt beschadiging.
Het effect
Na de behandeling is de keel ruim een week gevoelig. Bij nagenoeg alle patiënten moet de behandeling twee tot drie keer uitgevoerd worden om succesvol te zijn. Tussen deze behandelingen moet zeker 6 weken zitten. Somnoplastiek werkt bij zes van de tien mensen, maar na een paar jaar zal bij een of twee van deze mensen het snurken wel weer terugkomen.
Hoe komt u voor somnoplastiek in aanmerking?
Heeft u snurkklachten, dan kunt u terecht bij uw kno-arts. Hij kan u Somnoplastiek adviseren. Eerst voert hij onderzoek uit naar de oorzaak van het snurken. De kno-arts stelt vragen aan u en uw eventuele partner om er achter te komen of factoren als roken, alcoholgebruik, medicijngebruik of gewichtstoename het snurken kunnen verklaren. Ook vraagt hij naar neusverstoppingsklachten en keelklachten. De kno-arts zal neus en keel uitgebreid onderzoeken. Vaak bekijkt hij met een flexibele endoscoop (een kijkbuisje met een diameter van 4 mm) de binnenkant van de neus en de keel tot aan de stembanden. Zo ziet hij of er vernauwingen aanwezig zijn. Soms maakt hij ook allergietesten en röntgenfoto's.
Een belangrijk onderzoek om te bepalen op welk niveau het snurken wordt veroorzaakt, is de slaapendoscopie. Bij dit onderzoek wordt de snurker met behulp van een slaapmiddel in slaap gebracht. Tijdens het slapen (en snurken) kijkt de arts met een flexibele endoscoop door de neus in de keel om te beoordelen waar het snurken precies ontstaat. De uitkomst van dit onderzoek bepaalt in belangrijke mate of u voor Somnoplastiek in aanmerking komt.

Snurken kan een groot probleem vormen en heeft vaak verstrekkende gevolgen voor zowel de patiënt, maar zeker ook voor zijn of haar omgeving. Steeds vaker zoeken zowel mannen als vrouwen met een snurkprobleem hulp om van deze hinderlijke klacht verlost te worden.
Echter sinds 1 januari 2005 worden vrijwel geen anti-snurkbehandelingen meer vergoed. De therapie van het Obstructief Slaap Apneu Syndroom (ook wel OSAS genoemd) vormt hierop een uitzondering. Daarentegen wordt de diagnostiek van het snurken nog steeds wél vergoed. Hiervan kunt u gebruik maken door contact op te nemen met de Bergland Kliniek! Daar zal een twee-stappenplan gemaakt worden voor diagnostiek en behandeling. Als eerste stap vindt er onderzoek plaats door ervaren KNO-artsen bij de polikliniek van de KNO-heelkunde in het St. Elisabeth Ziekenhuis. Dit onderzoek wordt door uw ziektekostenverzekering volledig vergoed. Indien er aanwijzingen voor het OSAS aanwezig zijn, dan zal er een slaaponderzoek verricht kunnen worden. Ook deze kosten worden door zorgverzekeraars vergoed.
Als tweede stap wordt er na de diagnose een behandeling voorgesteld. Afhankelijk van lokalisatie van het snurkprobleem, het aanwezig zijn van het OSAS en de oorzaak van het snurken kan er in overleg met u een specifieke, op ú toe-gespitste behandeling gekozen worden. Dit kan bijvoorbeeld zijn een behandeling van het verhemelte door een 'anti-snurk operatie' of een Somnoplastiek, maar ook het aanmeten van een anti-snurk beugel of een behandeling van het Obstructief Slaap Apneu Syndroom.
Indien er een indicatie bestaat voor een Somnoplastiek, dan kan deze behandeling in de Bergland Kliniek plaatsvinden door een ervaren KNO-arts. Bij de Somnoplastiek wordt onder lokale verdoving het verhemelte behandeld. Het is een moderne behandeling die in tegenstelling tot de bekende 'anti-snurk operatie', veel minder pijnlijk is en goede resultaten biedt.
Doel
Somnoplastiek betekent in feite het bewust creëren van littekens. De huig en het zachte gehemelte worden gecontroleerd 'beschadigd' om littekens te vormen. Op de beschadigde plaatsen wordt het weefsel strakker en dunner. En juist dat is de bedoeling. Want zo is de ademweg beter doorgankelijk. Bovendien trekt het bindweefsel in de omgeving samen, zodat de huig wat opgetrokken wordt en het hele zachte gehemelte wat strakker staat. Dit geeft veel minder kans op trillingen.
De behandeling
Somnoplastiek is een nieuwe techniek en heeft zijn effect ruimschoots bewezen. De behandeling vindt poliklinisch plaats. De patiënt wordt alleen plaatselijk, met prikjes, verdoofd in de huig en zachte gehemelte, ongeveer net zoals bij de tandarts. Een kleine elektrode wordt vervolgens door het slijmvlies in het bindweefsel van het zachte gehemelte gebracht. Die elektrode is tot vlak voor de punt geïsoleerd om het zeer gevoelige slijmvlies niet te beschadigen. Een zwak stroompje wordt vervolgens door de elektrode gestuurd, waardoor het rond de punt zeer plaatselijk heet wordt. De nauwkeurig toegediende hitte veroorzaakt beschadiging.
Het effect
Na de behandeling is de keel ruim een week gevoelig. Bij nagenoeg alle patiënten moet de behandeling twee tot drie keer uitgevoerd worden om succesvol te zijn. Tussen deze behandelingen moet zeker 6 weken zitten. Somnoplastiek werkt bij zes van de tien mensen, maar na een paar jaar zal bij een of twee van deze mensen het snurken wel weer terugkomen.
Hoe komt u voor somnoplastiek in aanmerking?
Heeft u snurkklachten, dan kunt u terecht bij uw kno-arts. Hij kan u Somnoplastiek adviseren. Eerst voert hij onderzoek uit naar de oorzaak van het snurken. De kno-arts stelt vragen aan u en uw eventuele partner om er achter te komen of factoren als roken, alcoholgebruik, medicijngebruik of gewichtstoename het snurken kunnen verklaren. Ook vraagt hij naar neusverstoppingsklachten en keelklachten. De kno-arts zal neus en keel uitgebreid onderzoeken. Vaak bekijkt hij met een flexibele endoscoop (een kijkbuisje met een diameter van 4 mm) de binnenkant van de neus en de keel tot aan de stembanden. Zo ziet hij of er vernauwingen aanwezig zijn. Soms maakt hij ook allergietesten en röntgenfoto's.
Een belangrijk onderzoek om te bepalen op welk niveau het snurken wordt veroorzaakt, is de slaapendoscopie. Bij dit onderzoek wordt de snurker met behulp van een slaapmiddel in slaap gebracht. Tijdens het slapen (en snurken) kijkt de arts met een flexibele endoscoop door de neus in de keel om te beoordelen waar het snurken precies ontstaat. De uitkomst van dit onderzoek bepaalt in belangrijke mate of u voor Somnoplastiek in aanmerking komt.
vrijdag 8 februari 2008
Hoe we snurken ?
Hoe we snurken.
Tijdens uw slaap verliezen de spieren rondom uw bovenste luchtwegen wat spanning, daardoor wordt de ruimte in de keel nauwer. De luchtsnelheid waarmee u zuurstof binnenkrijgt, wordt hierdoor groter. Het kan voorkomen dat het krachtverlies zo groot is en daardoor de ruimte in de keel zo nauw wordt dat de weefsels, die flexibel zijn, beginnen te trillen. Snurkgeluiden zijn dan het logische gevolg. Mannen slapen meestal dieper dan vrouwen, dit is de reden dat mannen vaker snurken dan vrouwen.
De oplossing tegen snurken !, klik hierop !
Eindelijk slaapt u zonder te snurken! Goede nachtrust voor u en uw partner!
Tijdens uw slaap verliezen de spieren rondom uw bovenste luchtwegen wat spanning, daardoor wordt de ruimte in de keel nauwer. De luchtsnelheid waarmee u zuurstof binnenkrijgt, wordt hierdoor groter. Het kan voorkomen dat het krachtverlies zo groot is en daardoor de ruimte in de keel zo nauw wordt dat de weefsels, die flexibel zijn, beginnen te trillen. Snurkgeluiden zijn dan het logische gevolg. Mannen slapen meestal dieper dan vrouwen, dit is de reden dat mannen vaker snurken dan vrouwen.
De oplossing tegen snurken !, klik hierop !
Eindelijk slaapt u zonder te snurken! Goede nachtrust voor u en uw partner!
donderdag 24 januari 2008
A. Hoekema mra vs cpap bij snurken en apneu
Samenvatting2658.2
Het obstructief-slaap-apnoe-hypopnoe-syndroom (OSAHS) is een veel voor-komendeslaapafhankelijke ademhalingsstoornis die wordt gekenmerkt doorintensief snurken en obstructie van de bovenste luchtweg tijdens de slaap.De luchtwegobstructie resulteert in een reductie (hypopnoe) of complete onderbreking (apnoe) van de ademhaling en, daarmee samenhangend, eenzuurstofsaturatiedaling van het bloed. De ernst van OSAHS wordt uitgedrukt inde zogenaamde “apnoe-hypopnoe index” (AHI), gedefinieerd als het gemiddeldeaantal apnoes en/of hypopnoes per uur slaap.
Het obstructief-slaap-apnoe-hypopnoe-syndroom (OSAHS) is een veel voor-komendeslaapafhankelijke ademhalingsstoornis die wordt gekenmerkt doorintensief snurken en obstructie van de bovenste luchtweg tijdens de slaap.De luchtwegobstructie resulteert in een reductie (hypopnoe) of complete onderbreking (apnoe) van de ademhaling en, daarmee samenhangend, eenzuurstofsaturatiedaling van het bloed. De ernst van OSAHS wordt uitgedrukt inde zogenaamde “apnoe-hypopnoe index” (AHI), gedefinieerd als het gemiddeldeaantal apnoes en/of hypopnoes per uur slaap.
maandag 6 augustus 2007
snurken en apneu vrij slapen
Snurken
bestaat in vele kleuren en smaken, en kan door meerdere redenen ontstaan. De ene snurk is de andere niet. Soms is het een bijkomend snurkje, waar goed mee te leven valt. Soms neemt het geluid en daarmee de hinder excessieve proporties aan.
bestaat in vele kleuren en smaken, en kan door meerdere redenen ontstaan. De ene snurk is de andere niet. Soms is het een bijkomend snurkje, waar goed mee te leven valt. Soms neemt het geluid en daarmee de hinder excessieve proporties aan.Wie snurkt?
Iedereen snurkt wel eens, maar de decibels die daarbij vrijkomen verschillen sterk van persoon tot persoon. Meestal valt je het gesnurk bij je partner op, bijvoorbeeld als je zelf op een zeker moment slecht in slaap kunt komen. Soms is het zo erg dat je onmogelijk weer kunt slaap vatten. Anderen schrikken soms van hun eigen gesnurk wakker. Snurken komt op alle leeftijden voor. Mannen snurken vaker en meer dan vrouwen. Op volwassenen leeftijd snurken ongeveer één op de vijf mannen en één op de tien vrouwen elke nacht. Het is zelfs zo dat grofweg tien procent van de kinderen snurkt. Door verouderingsprocessen snurken mensen op oudere leeftijd meer, en harder. Bovendien zul je in sommige families meer snurkers aantreffen dan in andere.
Oorzaken
Snurken ontstaat meestal door het trillen van het verhemelte, bijvoorbeeld door een vernauwing of blokkering van de neusholte. Meestal komt het door een vernauwing van achter de huig of het gebied in de keelholte áchter de tong. Soms is het van anatomische aard, soms zijn er andere oorzaken.
Anatomisch
Er zijn meerdere anatomische oorzaken. Sommigen hebben bijvoorbeeld van nature een langere huig of een vrij slap en zacht gehemelte. Ook verslappen bij het ouder worden of bij oververmoeidheid de spieren van het zachte gehemelte, de huig en de tong. Het snurken kan ook ontstaan door bijvoorbeeld een (aangeboren) scheefstand van het neustussenschot of door poliepen in het neusslijmvlies. Bij kinderen zie je vaak een vergrote keel- en/of neusamandel.
Snurkbevorderaars
Er zijn duidelijk ook omstandigheden die het snurken bevorderen. Dat is mooi, want zo kun je met een aantal simpele middelen de neiging tot snurken verminderen. Soms is het snurken bovendien van overgaande aard, en minder een reden om je zorgen over te maken.
Anatomisch
Er zijn meerdere anatomische oorzaken. Sommigen hebben bijvoorbeeld van nature een langere huig of een vrij slap en zacht gehemelte. Ook verslappen bij het ouder worden of bij oververmoeidheid de spieren van het zachte gehemelte, de huig en de tong. Het snurken kan ook ontstaan door bijvoorbeeld een (aangeboren) scheefstand van het neustussenschot of door poliepen in het neusslijmvlies. Bij kinderen zie je vaak een vergrote keel- en/of neusamandel.
Snurkbevorderaars
Er zijn duidelijk ook omstandigheden die het snurken bevorderen. Dat is mooi, want zo kun je met een aantal simpele middelen de neiging tot snurken verminderen. Soms is het snurken bovendien van overgaande aard, en minder een reden om je zorgen over te maken.
Enkele bekende snurkbevorderaars zijn:
Het slapen op de rug, waardoor het zachte gehemelte, de huig en de tong naar achteren zakken en de luchtstroom blokkeren, Gebruik van alcohol en/of medicijnen als slaapmiddelen en kalmerende middelen. Deze werken verslappend en verminderen zo de spanning in de relevante spieren, Het gebruik van een zware maaltijd voor het slapen gaan, Door een neusverstopping bij verkoudheid, of door een allergie. Dit geeft mogelijk een zwelling van het neusslijmvlies, Door irritatie van de keel als gevolg van roken of brandend maagzuur. De wand van de keelholte verdikt hierdoor en maakt de doorgang nauwer, en Door overgewicht. Dit leidt op zijn beurt tot dikkere wanden van de keelholte.
Wat te doen
Het eerste wat je in een specifieke casus zou moeten doen, is nagaan wat de mogelijke oorzaken zijn. Soms kom je daar zelf gemakkelijk uit. Bijvoorbeeld door minder laat alcohol te nuttigen, of te voorkomen dat je op je rug in slaap valt. Een vaak gebruikte manier om het op de rug in slaap vallen te bemoeilijken is bijvoorbeeld het vast maken van een tennisbal aan het shirt of de pyjama. Dat ligt niet lekker, waardoor je je in je slaap automatisch zult draaien. Bij allergieën kunnen medicijnen goed helpen.
Soms is een uitgebreide gang naar de arts onontkoombaar.
Bezoek aan de artsAls de meer triviale oplossingen niet werken, zal de kno-arts je keel en neus uitgebreid endoscopisch onderzoeken. Dit kan leiden tot een operatieve ingreep waarbij bijvoorbeeld het tussenschot recht wordt gezet, poliepen verwijderd of een huig ingekort. Soms is een slaaponderzoek gewenst, waarbij alle veranderingen in het lichaam tijdens de slaap worden gemeten. Gemeten worden ondermeer het zuurstofgehalte van het bloed, de hersenactiviteit, de hartslag en de beweging van het middenrif. Vooral bij vermoedens van slaapapneu is dit de geëigende onderzoeksmethode.
Soms is een uitgebreide gang naar de arts onontkoombaar.
Bezoek aan de artsAls de meer triviale oplossingen niet werken, zal de kno-arts je keel en neus uitgebreid endoscopisch onderzoeken. Dit kan leiden tot een operatieve ingreep waarbij bijvoorbeeld het tussenschot recht wordt gezet, poliepen verwijderd of een huig ingekort. Soms is een slaaponderzoek gewenst, waarbij alle veranderingen in het lichaam tijdens de slaap worden gemeten. Gemeten worden ondermeer het zuurstofgehalte van het bloed, de hersenactiviteit, de hartslag en de beweging van het middenrif. Vooral bij vermoedens van slaapapneu is dit de geëigende onderzoeksmethode.
Slaapapneu
Apneu staat voor “niet ademen”. Als je last hebt van slaapapneu, komt tijdens je slaap je ademhaling minstens vijf maal per uur gedurende ongeveer 10 seconden tot stilstand. Er zijn lichtere gevallen van apneu bekend, maar ook zeer zware die zelfs levenbedreigend kunnen zijn. Iemand met slaapapneu wordt de volgende dag vaak doodmoe wakker. Als de bovenste luchtwegen tijdens de slaap geblokkeerd raken spreken we over het Obstructieve Slaapapneusyndroom (OSAS). Veel zeldzamer is het Centrale Slaapapneusyndroom (CSAS), waarbij het deel van de hersenen en zenuwen dat de ademhaling reguleert, niet normaal meer functioneert. OSAS is vaak succesvol te behandelen, maar bij CSAS ligt dat veel complexer, omdat een dergelijk letsel zich moeilijk laat behandelen. Hoe het ook zij, als je partner vermoedt dat je misschien last hebt van apneu, is het raadzaam de arts dit goed te laten bekijken.
MRA/ASA Prothese
Tot slot wordt door tandartsen die zich dormoloog noemen soms wel een prothese
aangemeten om de luchtwegen gedwongen vrij te houden. Dit werkt niet bij mensen met een kunstgebit en dit wordt vaak als zeer pijnlijk en belastend voor het kaakgewricht ervaren ervaren. Vaak gehoorde klachten zijn: oorsuizen, hoofdpijn, kaak op slot, pijnlijk gebit, verandering of zelf los gaan staan van gebitselementen, met hoge tandartskosten en vaak blijvende schade tot gevolg.
MRA/ASA Prothese
Tot slot wordt door tandartsen die zich dormoloog noemen soms wel een prothese
aangemeten om de luchtwegen gedwongen vrij te houden. Dit werkt niet bij mensen met een kunstgebit en dit wordt vaak als zeer pijnlijk en belastend voor het kaakgewricht ervaren ervaren. Vaak gehoorde klachten zijn: oorsuizen, hoofdpijn, kaak op slot, pijnlijk gebit, verandering of zelf los gaan staan van gebitselementen, met hoge tandartskosten en vaak blijvende schade tot gevolg.woensdag 8 januari 2003
Knarsen - kaakgewrichtsklachten
Nijdaele nieuwsbrieven
07-01-2003: Knarsen kaakgewrichtsproblemen.
Introductie
TMD is het geheel van klinische problemen die de kauwspieren, de kaakgewrichten en alle daarbij behorende structuren kunnen aangrijpen. De meeste TMD symptomen zijn van tijdelijke en voorbijgaande aard en kunnen in die tijd in ernst fluctueren. Onder kauwstelsel wordt het hele complex van kaken, kaakgewricht, spieren, bloedvaten en zenuwen verstaan. Men kent grofweg een onderverdeling in myogene(spier) TMD, arthrogene (gewricht) TMD en een combinatie van beide. De pijn kan plotseling ontstaan of toenemen tijdens maanden of jaren met afwisselende frequentie en intensiteit. Knappen, klikken, kraken en blokkeren van de kaken tezamen met afwijkingen in openingspatroon van de kaak en het moeilijk kunne kauwen of spreken zijn symptomen die met het bestaan van TMD in verband kunnen worden gebracht.
Het kaakgewricht
Het kaakgewricht is een gewricht dat kan draaien en glijden en bestaat uit de kaakkop, de kaakkom, de discus, bloedvaatjes, zenuwen en pezen met het gerichtskapsel. De discus functioneert als een soort schokdemper en stabilisator tussen de kaakkop en kaakkom. Bij het ver openen van de kaak beweegt de kaakkop samen met de discus naar voren. Wanneer slechts een klein beetje wordt open gedaan dan draait de kaakkop onder de discus.
De kauwspieren
De kauwspieren verbinden de onderkaak met de bovenkaak, nek en schedel. De kauwspieren zorgen voor het mogelijk maken van kauw bewegingen, voor het openen en sluiten van de kaak, het naar voren en terug bewegen van de kaak en maken het mogelijk te spreken en te slikken. De ondersteunende spieren van het kauwapparaat zijn de nek en schouder spieren: deze spieren stabiliseren het hoofd tijdens de kauw- en andere bewegingen van de kaak.
Myogene TMD
Een myogene TMD is aan de spieren van het kauwstelsel gerelateerd. Deze vorm van TMD kan een wijd verspreid klachtenscala opleveren van nekpijn, hoofdpijn en pijn in de kaken en rondom het oor.
Arthrogene TMD
De “gewricht TMD” is vaak het gevolg van ontsteking in het gewricht, degeneratie in het gewricht, of wordt veroorzaakt door een verplaatsing van de discus. Ontstekingen van de gewrichtsvloeistof en van het kapsel behoren tevens in deze categorie thuis.
Oorzaken van TMD
Er is zelden of nooit sprake van één enkele oorzaak voor TMD. Het ontstaan van TMD is het gevolg van meerder factoren tezamen waarbij gedacht kan worden aan trauma op de kaken, groot of klein, gewricht- en spieraandoeningen, gewoontes, houding en parafuncties. Spanning van de hoofd en hals spieren, gewoontes en parafuncties kunnen de klachten onderhouden. Daarom wordt er in de behandeling veel aandacht geschonken om deze factoren uit te bannen of te verminderen. Naast deze factoren speelt de emotionele status van de TMD patiënt een belangrijke rol. Er is geen snelle behandelmethode om van de klachten af te komen: vaak is er sprake van chronische klachten waarbij het spreekwoord “de klachten komen te paard en gaan te voet” maar al te zeer opgaat. Uit onderzoek blijkt dat met name het onder controle zien te krijgen van de reeds genoemde onderhoudende factoren tezamen met de actieve behandeling door de tandarts de beste resultaten laat zien.
Factoren die geassocieerd zijn met TMD
Trauma
Een direct trauma op de kaken kan een directe aanleiding zijn voor het ontstaan van TMD. Onder direct trauma wordt verstaan een slag of stoot tegen de kaak, overstrekking van de kaak en soms sterke compressie van de kaak. Langdurige tandheelkundige behandelingen of moeizame verwijderingen van bijvoorbeeld verstandskiezen kunnen ook trauma aan de kaak toebrengen. Als laatste kun je in deze categorie ook nog rekenen de intubatie bij volledige narcose en chirurgische behandelingen in de keel en maag die uitgevoerd worden via de mond.
Abnormale gewoonte
Veel mensen hebben in het dagelijks leven gewoonten waarbij zij overmatig gebruik maken van hun kauwstelsel. Deze gewoonten ontstaan veelal als uitvloeisel van drukte en spanningen. n een aantal gevallen kan dit leiden tot overbelasting van de kauwspieren. Een en ander kan zich dan uiten in een heel scala van klachten, variërend van een stijf, vermoeid gevoel tot heftige pijn in de wang al dan niet uitstralend naar kaakgewricht, oor en hoofd/halsgebied. Bij de gewoonten en parafuncties kun je denken aan:
-knarsetanden; d.w.z. het met kracht langs elkaar laten glijden van de tanden en kiezen van de onderkaak tegen die van de bovenkaak.
-klemmen; dit is het stevig en met kracht tegen elkaar klemmen of persen van de tanden en kiezen.
-nagelbijten; het bijten van nagels en/of velletjes.
-bijten op voorwerpen; potloden, pennen, spelden en anderen.
-overmatig kauwgum kauwen.
-bijten en/of zuigen op lippen en/of wang.
-persen en/of zuigen op de tong.
De occlusie van tanden en kiezen verwijst naar de wijze waarop tanden en kiezen met elkaar contact maken. Nog niet zo heel lang geleden dacht de tandheelkundige professie dat dit de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van TMD was. Talloze onderzoeken, waaronder een wetenschappelijk onderzoek dat in onze praktijk is uitgevoerd, heeft aangetoond dat de rol van de occlusie slechts gering is.
Psychosociale factoren
Veel patiënten met TMD geven aan dat de klachten begonnen of verergerden door toename van emotionele stress, wanneer men niet zo lekker in zijn vel stak of bij depressies of overspannenheid. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt ook dat bij TMD patiënten er vaker sprake was van hogere niveaus van angst of depressie dan bij niet TMD patiënten. Wel moet daarbij opgemerkt worden dat het kip of ei verhaal hier nog wel verwarring biedt. Met andere woorden bestaat angst en depressie nu voor het ontstaan van TMD en draagt het daartoe bij of is het een gevolg van de chronische pijn die vaak gepaard gaat met TMD. Speekwoorden als de pijn verbijten verwijzen hierna: het niveau van tandenknarsen en klemmen neemt toe met pijn en emotionele stress.
Ziekte en aandoeningen van de Kaakgewrichten
In de kaakgewrichten kunnen zich diverse vormen van arthritis ontwikkelen zoals in andere gewrichten van het lichaam. Osteoarthritis is niet ongewoon in een vergrijzende samenleving. Ook andere zieketen kunnen hun weerslag hebben op het functioneren van de kaakgewrichten, denk hierbij aan: ziekte van Parkinson, Myastena gravis, Multiple sclerosis.
Overige factoren
Misbruik van medicijnen of juist het gebruik van bepaalde medicijnen kan een invloed hebben op het central zenuwstelsel en op de spieren. Op die wijze kan dat ook zijn weerslag weer hebben voor het functioneren van het kauwstelsel.
Uitgebreid functie onderzoek
Voorafgaande aan het functieonderzoek ontvangt de patiënt een uitgebreide vragenlijst die hij/zij moet invullen en retourneren voor het eigenlijke onderzoek plaats vindt. Deze screen maakt het de tandarts-gnatholoog makkelijker om snel tot de juiste diagnose te komen zonder daarbij voorbij te gaan aan mogelijke belangrijke zaken. Om tot een goede diagnose van de dysfunctie te komen zal er eerst een onderzoek moeten plaats vinden. Dit uitgebreide functieonderzoek duurt ongeveer 45 minuten en omvat het opnemen van de historie, een gesprek over de aandoening en een klinisch en röntgenologisch onderzoek. Nagegaan wordt welke mogelijke factoren bijdragen of de oorzaak zijn geweest van de bestaande TMD. Er wordt ingegaan op eventuele behandelingen in het verleden en wat er zoal in de er voorliggende periode allemaal is gebeurd. Tevens wordt een medische, en tandheelkundige anamnese afgenomen. Na deze anamnese volgt het klinisch onderzoek waarbij middels allerlei testen bepaald wordt in hoeverre het kauwapparaat goed of slecht functioneert. Ook wordt daarbij gekeken naar tanden, tandvlees en mogelijke mondafwijkingen. Aanvullend onderzoek omvat altijd een röntgen onderzoek en wanneer geïndiceerd kan een psychologische test, bloedonderzoek, proefinjecties of ander onderzoek opgestart worden.
Behandeling van TMD
De behandeling van TMD patiënten heeft veel gemeen met de behandeling van patiënten met andere orthopedische of reumatologische afwijkingen De behandeling is er op gericht overbelasting van het kauwstelsel en alle daarbij betrokken structuren te verminderen. Daarnaast is de behandeling erop gericht een normaal functioneren van de kaken te herstellen en de dagelijkse activiteiten weer mogelijk te maken. Hiertoe moeten alle onderhoudende en oorzakelijke factoren eerst in kaart gebracht worden. Na een uitgebreid functieonderzoek door de tandarts-gnatholoog, in onze praktijk is dit Leon Verhagen, wordt een diagnose gesteld die leidt tot een behandelplan. In dit behandelplan wordt aandacht geschonken aan zowel de fysische als de emotionele en psychosociale factoren. . De verschijnselen kunnen van tijdelijke aard zijn en kunnen zelf-limiterend zijn, zonder dat er lange termijn gevolgen zijn. Om deze redenen zal er primair gekozen worden voor niet agressieve behandelingen die omkeerbaar(=reversibel) zijn. Chirurgische behandelingen, uitgebreide tandheelkundige behandelingen of orthodontische behandelingen zullen derhalve zelden als eerste behandelmogelijkheid worden opgevoerd. Conservatieve benadering verdient de voorkeur en omvat gedragsbeïnvloeding, fysiotherapie, medicatie, oefeningen en spalktherapie. De meerderheid van TMD patiënten blijken hier prima resultaten mee te boeken. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat 50 % van de patiënten met deze conservatieve benadering geen of weinig symptomen meer hebben van TMD na de behandeling.
Gedrag en gewoonte verandering
Vaak is het nodig om aandacht te schenken aan gedrag, gewoonte en psychische situaties waarin mensen verkeren. Tandklemmen of -knarsen, nagel bijten en frequent kauwgomgebruik zijn factoren die de pijnlijke situatie kunnen onderhouden of verergeren. Wanneer stressfactoren een rol spelen kan het soms nodig zijn mensen door te sturen naar andere hulpverleners om hen te helpen de stress de baas te worden of meer controle op de omgevingsfactoren te krijgen. Met fraaie termen noemen we dit habit-reversal technieken, biofeedback-training, levenswijze counseling. Een combinatie van deze technieken biedt de beste garantie voor succes wanneer psychosociale factoren een onderhoudende rol spelen bij de klachten, met name wanneer er sprake is van chronische klachten
Fysiotherapie
Fysiotherapie, mits uitgevoerd door een door de Nederlandse Vereniging van Tandheelkunde en Fysiotherapie erkende fysiotherapeut, wordt als een conservatieve en effectieve behandel mogelijkheid voor TMD beschouwd. Deze fysiotherapeutische behandeling helpt in het verminderen van onderhoudende factoren, helpt bij het verminderen van ontstekingen, kan functieherstellend zijn en bevordert herstel van de beschadigde weefsels. De behandeling kan zich uitbreiden tot hoofd, nek en schouder regio en zal een trainingsprogramma bevatten voor de houding. Oefeningen kunnen zowel door de fysiotherapeut als de tandartsgnatholoog worden voorgeschreven: het verkeerd uitvoeren of voorschrijven van oefeningen kan leiden tot een verergering van de kwaal. Deze oefeningen zijn belangrijk om een normale functie van spier en gewricht te ver/herkrijgen. Daarnaast kunnen zij helpen bij het versterken van de spierkracht, verkrijgen van een juiste coördinatie en voor het stabiliseren van de kaakgewrichten.
Mobiliseren van de kaakgewrichten is een techniek die gebruikt wordt wanneer sprake is van een bewegingsbeperking, pijn ten gevolge van spierspasme, verplaatsing van de discus en bij verklevingen in het gewricht..
Andere opties die de fysiotherapeut kan gebruiken bij de behandeling zijn elektrotherapie(TENS), ultrageluid, vapocoolant spay, strekken en massagetechnieken.
Medicatie bij TMD
Het gebruik van de juiste medicijnen kan erg zinvol zijn om pijn en ontsteking te verminderen. Voor lange termijn medicatie moet worden afgezien van narcotische medicaties of sedativa zoals valium omdat deze mogelijk tot verslaving kunnen leiden. De meest effectieve medicijnen zijn:
Non steroide anti ontsteking medicijnen[NSAID] zoals Ibuprofen, Naproxen en Aspirine
Spierontspanners
Tricyclische anti depressie medicatie zoals Amitriptyline en Nortriptyline
Elk medicijn heeft zijn eigen specifieke eigenschappen en bijwerkingen. Het gebruik van medicijnen over langere tijd dient door de tandarts-gnatholoog of huisarts bewaakt te worden om neven effecten zoveel mogelijk te reduceren.
Occlusale therapie
Er is weinig wetenschappelijk bewijs dat uitgebreide occlusale therapie zoals uitgebreid kroon en brugwerk, orthodontische behandeling of orthognathische chirurgie als standaard oplossing en eerste keuze gerechtvaardigd kan worden bij TMD behandelingen. In individuele gevallen kan een en ander wel noodzakelijk blijken te zijn. Gelimiteerd inslijpen van het gebit na spalk behandeling kan soms wel een gunstig effect blijken te hebben.In het algemeen kan gesteld worden dat uitgebreide occlusale therapie afgeraden moet worden. (Bron: http://www.nijdaele.nl/site/site.php?actie=news&onderwerp=4)
(Bron:Nijdaele, klik hierop)
07-01-2003: Knarsen kaakgewrichtsproblemen.
Introductie
TMD is het geheel van klinische problemen die de kauwspieren, de kaakgewrichten en alle daarbij behorende structuren kunnen aangrijpen. De meeste TMD symptomen zijn van tijdelijke en voorbijgaande aard en kunnen in die tijd in ernst fluctueren. Onder kauwstelsel wordt het hele complex van kaken, kaakgewricht, spieren, bloedvaten en zenuwen verstaan. Men kent grofweg een onderverdeling in myogene(spier) TMD, arthrogene (gewricht) TMD en een combinatie van beide. De pijn kan plotseling ontstaan of toenemen tijdens maanden of jaren met afwisselende frequentie en intensiteit. Knappen, klikken, kraken en blokkeren van de kaken tezamen met afwijkingen in openingspatroon van de kaak en het moeilijk kunne kauwen of spreken zijn symptomen die met het bestaan van TMD in verband kunnen worden gebracht.
Het kaakgewricht
Het kaakgewricht is een gewricht dat kan draaien en glijden en bestaat uit de kaakkop, de kaakkom, de discus, bloedvaatjes, zenuwen en pezen met het gerichtskapsel. De discus functioneert als een soort schokdemper en stabilisator tussen de kaakkop en kaakkom. Bij het ver openen van de kaak beweegt de kaakkop samen met de discus naar voren. Wanneer slechts een klein beetje wordt open gedaan dan draait de kaakkop onder de discus.
De kauwspieren
De kauwspieren verbinden de onderkaak met de bovenkaak, nek en schedel. De kauwspieren zorgen voor het mogelijk maken van kauw bewegingen, voor het openen en sluiten van de kaak, het naar voren en terug bewegen van de kaak en maken het mogelijk te spreken en te slikken. De ondersteunende spieren van het kauwapparaat zijn de nek en schouder spieren: deze spieren stabiliseren het hoofd tijdens de kauw- en andere bewegingen van de kaak.
Myogene TMD
Een myogene TMD is aan de spieren van het kauwstelsel gerelateerd. Deze vorm van TMD kan een wijd verspreid klachtenscala opleveren van nekpijn, hoofdpijn en pijn in de kaken en rondom het oor.
Arthrogene TMD
De “gewricht TMD” is vaak het gevolg van ontsteking in het gewricht, degeneratie in het gewricht, of wordt veroorzaakt door een verplaatsing van de discus. Ontstekingen van de gewrichtsvloeistof en van het kapsel behoren tevens in deze categorie thuis.
Oorzaken van TMD
Er is zelden of nooit sprake van één enkele oorzaak voor TMD. Het ontstaan van TMD is het gevolg van meerder factoren tezamen waarbij gedacht kan worden aan trauma op de kaken, groot of klein, gewricht- en spieraandoeningen, gewoontes, houding en parafuncties. Spanning van de hoofd en hals spieren, gewoontes en parafuncties kunnen de klachten onderhouden. Daarom wordt er in de behandeling veel aandacht geschonken om deze factoren uit te bannen of te verminderen. Naast deze factoren speelt de emotionele status van de TMD patiënt een belangrijke rol. Er is geen snelle behandelmethode om van de klachten af te komen: vaak is er sprake van chronische klachten waarbij het spreekwoord “de klachten komen te paard en gaan te voet” maar al te zeer opgaat. Uit onderzoek blijkt dat met name het onder controle zien te krijgen van de reeds genoemde onderhoudende factoren tezamen met de actieve behandeling door de tandarts de beste resultaten laat zien.
Factoren die geassocieerd zijn met TMD
Trauma
Een direct trauma op de kaken kan een directe aanleiding zijn voor het ontstaan van TMD. Onder direct trauma wordt verstaan een slag of stoot tegen de kaak, overstrekking van de kaak en soms sterke compressie van de kaak. Langdurige tandheelkundige behandelingen of moeizame verwijderingen van bijvoorbeeld verstandskiezen kunnen ook trauma aan de kaak toebrengen. Als laatste kun je in deze categorie ook nog rekenen de intubatie bij volledige narcose en chirurgische behandelingen in de keel en maag die uitgevoerd worden via de mond.
Abnormale gewoonte
Veel mensen hebben in het dagelijks leven gewoonten waarbij zij overmatig gebruik maken van hun kauwstelsel. Deze gewoonten ontstaan veelal als uitvloeisel van drukte en spanningen. n een aantal gevallen kan dit leiden tot overbelasting van de kauwspieren. Een en ander kan zich dan uiten in een heel scala van klachten, variërend van een stijf, vermoeid gevoel tot heftige pijn in de wang al dan niet uitstralend naar kaakgewricht, oor en hoofd/halsgebied. Bij de gewoonten en parafuncties kun je denken aan:
-knarsetanden; d.w.z. het met kracht langs elkaar laten glijden van de tanden en kiezen van de onderkaak tegen die van de bovenkaak.
-klemmen; dit is het stevig en met kracht tegen elkaar klemmen of persen van de tanden en kiezen.
-nagelbijten; het bijten van nagels en/of velletjes.
-bijten op voorwerpen; potloden, pennen, spelden en anderen.
-overmatig kauwgum kauwen.
-bijten en/of zuigen op lippen en/of wang.
-persen en/of zuigen op de tong.
De occlusie van tanden en kiezen verwijst naar de wijze waarop tanden en kiezen met elkaar contact maken. Nog niet zo heel lang geleden dacht de tandheelkundige professie dat dit de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van TMD was. Talloze onderzoeken, waaronder een wetenschappelijk onderzoek dat in onze praktijk is uitgevoerd, heeft aangetoond dat de rol van de occlusie slechts gering is.
Psychosociale factoren
Veel patiënten met TMD geven aan dat de klachten begonnen of verergerden door toename van emotionele stress, wanneer men niet zo lekker in zijn vel stak of bij depressies of overspannenheid. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt ook dat bij TMD patiënten er vaker sprake was van hogere niveaus van angst of depressie dan bij niet TMD patiënten. Wel moet daarbij opgemerkt worden dat het kip of ei verhaal hier nog wel verwarring biedt. Met andere woorden bestaat angst en depressie nu voor het ontstaan van TMD en draagt het daartoe bij of is het een gevolg van de chronische pijn die vaak gepaard gaat met TMD. Speekwoorden als de pijn verbijten verwijzen hierna: het niveau van tandenknarsen en klemmen neemt toe met pijn en emotionele stress.
Ziekte en aandoeningen van de Kaakgewrichten
In de kaakgewrichten kunnen zich diverse vormen van arthritis ontwikkelen zoals in andere gewrichten van het lichaam. Osteoarthritis is niet ongewoon in een vergrijzende samenleving. Ook andere zieketen kunnen hun weerslag hebben op het functioneren van de kaakgewrichten, denk hierbij aan: ziekte van Parkinson, Myastena gravis, Multiple sclerosis.
Overige factoren
Misbruik van medicijnen of juist het gebruik van bepaalde medicijnen kan een invloed hebben op het central zenuwstelsel en op de spieren. Op die wijze kan dat ook zijn weerslag weer hebben voor het functioneren van het kauwstelsel.
Uitgebreid functie onderzoek
Voorafgaande aan het functieonderzoek ontvangt de patiënt een uitgebreide vragenlijst die hij/zij moet invullen en retourneren voor het eigenlijke onderzoek plaats vindt. Deze screen maakt het de tandarts-gnatholoog makkelijker om snel tot de juiste diagnose te komen zonder daarbij voorbij te gaan aan mogelijke belangrijke zaken. Om tot een goede diagnose van de dysfunctie te komen zal er eerst een onderzoek moeten plaats vinden. Dit uitgebreide functieonderzoek duurt ongeveer 45 minuten en omvat het opnemen van de historie, een gesprek over de aandoening en een klinisch en röntgenologisch onderzoek. Nagegaan wordt welke mogelijke factoren bijdragen of de oorzaak zijn geweest van de bestaande TMD. Er wordt ingegaan op eventuele behandelingen in het verleden en wat er zoal in de er voorliggende periode allemaal is gebeurd. Tevens wordt een medische, en tandheelkundige anamnese afgenomen. Na deze anamnese volgt het klinisch onderzoek waarbij middels allerlei testen bepaald wordt in hoeverre het kauwapparaat goed of slecht functioneert. Ook wordt daarbij gekeken naar tanden, tandvlees en mogelijke mondafwijkingen. Aanvullend onderzoek omvat altijd een röntgen onderzoek en wanneer geïndiceerd kan een psychologische test, bloedonderzoek, proefinjecties of ander onderzoek opgestart worden.
Behandeling van TMD
De behandeling van TMD patiënten heeft veel gemeen met de behandeling van patiënten met andere orthopedische of reumatologische afwijkingen De behandeling is er op gericht overbelasting van het kauwstelsel en alle daarbij betrokken structuren te verminderen. Daarnaast is de behandeling erop gericht een normaal functioneren van de kaken te herstellen en de dagelijkse activiteiten weer mogelijk te maken. Hiertoe moeten alle onderhoudende en oorzakelijke factoren eerst in kaart gebracht worden. Na een uitgebreid functieonderzoek door de tandarts-gnatholoog, in onze praktijk is dit Leon Verhagen, wordt een diagnose gesteld die leidt tot een behandelplan. In dit behandelplan wordt aandacht geschonken aan zowel de fysische als de emotionele en psychosociale factoren. . De verschijnselen kunnen van tijdelijke aard zijn en kunnen zelf-limiterend zijn, zonder dat er lange termijn gevolgen zijn. Om deze redenen zal er primair gekozen worden voor niet agressieve behandelingen die omkeerbaar(=reversibel) zijn. Chirurgische behandelingen, uitgebreide tandheelkundige behandelingen of orthodontische behandelingen zullen derhalve zelden als eerste behandelmogelijkheid worden opgevoerd. Conservatieve benadering verdient de voorkeur en omvat gedragsbeïnvloeding, fysiotherapie, medicatie, oefeningen en spalktherapie. De meerderheid van TMD patiënten blijken hier prima resultaten mee te boeken. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat 50 % van de patiënten met deze conservatieve benadering geen of weinig symptomen meer hebben van TMD na de behandeling.
Gedrag en gewoonte verandering
Vaak is het nodig om aandacht te schenken aan gedrag, gewoonte en psychische situaties waarin mensen verkeren. Tandklemmen of -knarsen, nagel bijten en frequent kauwgomgebruik zijn factoren die de pijnlijke situatie kunnen onderhouden of verergeren. Wanneer stressfactoren een rol spelen kan het soms nodig zijn mensen door te sturen naar andere hulpverleners om hen te helpen de stress de baas te worden of meer controle op de omgevingsfactoren te krijgen. Met fraaie termen noemen we dit habit-reversal technieken, biofeedback-training, levenswijze counseling. Een combinatie van deze technieken biedt de beste garantie voor succes wanneer psychosociale factoren een onderhoudende rol spelen bij de klachten, met name wanneer er sprake is van chronische klachten
Fysiotherapie
Fysiotherapie, mits uitgevoerd door een door de Nederlandse Vereniging van Tandheelkunde en Fysiotherapie erkende fysiotherapeut, wordt als een conservatieve en effectieve behandel mogelijkheid voor TMD beschouwd. Deze fysiotherapeutische behandeling helpt in het verminderen van onderhoudende factoren, helpt bij het verminderen van ontstekingen, kan functieherstellend zijn en bevordert herstel van de beschadigde weefsels. De behandeling kan zich uitbreiden tot hoofd, nek en schouder regio en zal een trainingsprogramma bevatten voor de houding. Oefeningen kunnen zowel door de fysiotherapeut als de tandartsgnatholoog worden voorgeschreven: het verkeerd uitvoeren of voorschrijven van oefeningen kan leiden tot een verergering van de kwaal. Deze oefeningen zijn belangrijk om een normale functie van spier en gewricht te ver/herkrijgen. Daarnaast kunnen zij helpen bij het versterken van de spierkracht, verkrijgen van een juiste coördinatie en voor het stabiliseren van de kaakgewrichten.
Mobiliseren van de kaakgewrichten is een techniek die gebruikt wordt wanneer sprake is van een bewegingsbeperking, pijn ten gevolge van spierspasme, verplaatsing van de discus en bij verklevingen in het gewricht..
Andere opties die de fysiotherapeut kan gebruiken bij de behandeling zijn elektrotherapie(TENS), ultrageluid, vapocoolant spay, strekken en massagetechnieken.
Medicatie bij TMD
Het gebruik van de juiste medicijnen kan erg zinvol zijn om pijn en ontsteking te verminderen. Voor lange termijn medicatie moet worden afgezien van narcotische medicaties of sedativa zoals valium omdat deze mogelijk tot verslaving kunnen leiden. De meest effectieve medicijnen zijn:
Non steroide anti ontsteking medicijnen[NSAID] zoals Ibuprofen, Naproxen en Aspirine
Spierontspanners
Tricyclische anti depressie medicatie zoals Amitriptyline en Nortriptyline
Elk medicijn heeft zijn eigen specifieke eigenschappen en bijwerkingen. Het gebruik van medicijnen over langere tijd dient door de tandarts-gnatholoog of huisarts bewaakt te worden om neven effecten zoveel mogelijk te reduceren.
Occlusale therapie
Er is weinig wetenschappelijk bewijs dat uitgebreide occlusale therapie zoals uitgebreid kroon en brugwerk, orthodontische behandeling of orthognathische chirurgie als standaard oplossing en eerste keuze gerechtvaardigd kan worden bij TMD behandelingen. In individuele gevallen kan een en ander wel noodzakelijk blijken te zijn. Gelimiteerd inslijpen van het gebit na spalk behandeling kan soms wel een gunstig effect blijken te hebben.In het algemeen kan gesteld worden dat uitgebreide occlusale therapie afgeraden moet worden. (Bron: http://www.nijdaele.nl/site/site.php?actie=news&onderwerp=4)
(Bron:Nijdaele, klik hierop)
Abonneren op:
Posts (Atom)